Aan het roer van jouw schip staat een kapitein: jouw dominante functie. Gelukkig willen niet al jouw functies kapitein zijn: het schip zou nooit de haven bereiken. Afhankelijk van wie voor jouw type aan het roer staat - de dominante functie - richt je jouw mentale activiteit op een andere haven:
Sensing (S) zoekt een zo volledig mogelijke ervaring van wat werkelijk is.
Intuition (N) zoekt de uiterste limieten van wat mogelijk is.
Thinking (T) zoekt rationele orde in overeenstemming met de logica van oorzaak en gevolg.
Feeling (F) zoekt rationele orde in overeenstemming met de creatie en het behoud van harmonie tussen belangrijke subjectieve waarden.
Posts tonen met het label Thinking (T). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thinking (T). Alle posts tonen
woensdag 31 december 2008
dinsdag 30 december 2008
Wie mag leidinggevende worden?
Een voorbeeld van het verschil tussen het gebruik van Thinking en Feeling.
Welke van vijf werknemers moet gepromoveerd worden tot leidinggevende? Om hierover een beslissing te nemen zal iemand met een Thinking voorkeur een set van expliciete criteria ontwikkelen, de criteria volgens volgorde van belangrijkheid voor de beslissing rangschikken, en elk van de vijf kandidaten daarop scoren. Na het beslissen welke kandidaat het best beantwoordt aan de criteria kan een Thinking type de minder geprefereerde Feeling functie gebruiken om andere zaken zoals persoonlijke stijl, aanvaardbaarheid voor andere werknemers en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer mee in rekening te nemen.
Een Feeling beslissing focust op de kwalificaties voor de functie waarbij ook de impact op andere medewerkers en de persoonlijke omstandigheden van de vijf werknemers meespelen. Zo wordt de beste kandidaat bepaald op basis van het wegen van waarden. Als er twee of meer geschikte kandidaten uit het proces naar voren komen, kan het Feeling type de minder geprefereerde Thinking functie gebruiken om een set van objectieve criteria te ontwikkelen om te helpen in de finale besluitvorming. Als er maar één kandidaat uitspringt dan kunnen objectieve criteria gebruikt worden om er zeker van te zijn dat niets belangrijks over het hoofd gezien werd.
Welke van vijf werknemers moet gepromoveerd worden tot leidinggevende? Om hierover een beslissing te nemen zal iemand met een Thinking voorkeur een set van expliciete criteria ontwikkelen, de criteria volgens volgorde van belangrijkheid voor de beslissing rangschikken, en elk van de vijf kandidaten daarop scoren. Na het beslissen welke kandidaat het best beantwoordt aan de criteria kan een Thinking type de minder geprefereerde Feeling functie gebruiken om andere zaken zoals persoonlijke stijl, aanvaardbaarheid voor andere werknemers en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer mee in rekening te nemen.
Een Feeling beslissing focust op de kwalificaties voor de functie waarbij ook de impact op andere medewerkers en de persoonlijke omstandigheden van de vijf werknemers meespelen. Zo wordt de beste kandidaat bepaald op basis van het wegen van waarden. Als er twee of meer geschikte kandidaten uit het proces naar voren komen, kan het Feeling type de minder geprefereerde Thinking functie gebruiken om een set van objectieve criteria te ontwikkelen om te helpen in de finale besluitvorming. Als er maar één kandidaat uitspringt dan kunnen objectieve criteria gebruikt worden om er zeker van te zijn dat niets belangrijks over het hoofd gezien werd.
maandag 29 december 2008
Thinking en Feeling: hoe kom je tot een beslissing?
Jung gebruikte de termen Thinking en Feeling om te verwijzen naar de rationele functies. Hoe beoordeel je wat je waarneemt?
Mensen met een voorkeur voor Thinking komen tot een beslissing door ideeën met elkaar te verbinden door logisch denken. Zij houden van het principe van oorzaak en gevolg en hebben de neiging om objectief en onpersoonlijk te zijn in de toepassing van de ratio op een beslissing. Een thinking beoordeling berust op onpartijdigheid en neutraliteit ten opzichte van de persoonlijke verlangens en de waarden van zowel de beslissingsnemer naar als de mensen die beïnvloed worden door de beslissing. Mensen met een voorkeur voor thinking ontwikkelen kenmerken zoals analytisch denken, objectiviteit, zich inlaten met principes van rechtvaardigheid en eerlijkheid en kritisch zijn.
Mensen met een voorkeur voor Feeling komen tot een beslissing door de relatieve waarden en verdiensten tegenover elkaar af te wegen. Feeling berust op een begrip van persoonlijke waarden en de groepswaarden. Het is dus subjectiever dan thinking. Toch is Feeling, net als Thinking, een rationele functie, en het gaat over hoe iemand graag een beslissing neemt. Omdat waarden subjectief en persoonlijk zijn, is het vaak zo dat mensen met een voorkeur voor Feeling gericht zijn op de waarden en gevoelens van anderen net als op hun eigen waarden en gevoelens. Ze trachten mensen te begrijpen en te anticiperen op de effecten van de beslissing op de betrokken mensen en op wat belangrijk is voor hen. Mensen met een Feeling-voorkeur zijn meer bezig met de menselijke dan met de technische aspecten, en zijn gevoeliger voor warmete en harmonie.
Mensen met een voorkeur voor Thinking komen tot een beslissing door ideeën met elkaar te verbinden door logisch denken. Zij houden van het principe van oorzaak en gevolg en hebben de neiging om objectief en onpersoonlijk te zijn in de toepassing van de ratio op een beslissing. Een thinking beoordeling berust op onpartijdigheid en neutraliteit ten opzichte van de persoonlijke verlangens en de waarden van zowel de beslissingsnemer naar als de mensen die beïnvloed worden door de beslissing. Mensen met een voorkeur voor thinking ontwikkelen kenmerken zoals analytisch denken, objectiviteit, zich inlaten met principes van rechtvaardigheid en eerlijkheid en kritisch zijn.
Mensen met een voorkeur voor Feeling komen tot een beslissing door de relatieve waarden en verdiensten tegenover elkaar af te wegen. Feeling berust op een begrip van persoonlijke waarden en de groepswaarden. Het is dus subjectiever dan thinking. Toch is Feeling, net als Thinking, een rationele functie, en het gaat over hoe iemand graag een beslissing neemt. Omdat waarden subjectief en persoonlijk zijn, is het vaak zo dat mensen met een voorkeur voor Feeling gericht zijn op de waarden en gevoelens van anderen net als op hun eigen waarden en gevoelens. Ze trachten mensen te begrijpen en te anticiperen op de effecten van de beslissing op de betrokken mensen en op wat belangrijk is voor hen. Mensen met een Feeling-voorkeur zijn meer bezig met de menselijke dan met de technische aspecten, en zijn gevoeliger voor warmete en harmonie.
dinsdag 11 november 2008
Essentie van de typetheorie
De essentie van de typetheorie is dat elk van ons vier fundamentele mentale functies, of processen, gebruikt. Dat zijn Sensing (S), Intuition (N), Thinking (T) en Feeling (F).
Deze vier functies zijn essentieel in ons dagelijks leven. De 16 types verschillen in de prioriteit die ze aan elke functie geven en in de attitudes van Extraversion (E) en Introversion (I) waarmee ze elke functie gewoonlijk gebruiken. Deze verschillen in prioriteiten en attitudes verklaren de verschillende interacties tussen de functies die in elk van de 16 types gebeuren.
De functie die het meest bewust of dominant is, krijgt de grootste hoeveelheid bewuste energie, en bepaalt de graad van bewustzijn van de andere drie. Als bijvoorbeeld Sensing dominant is en dus het meest bewust, dan zal de tegengestelde functie Intuition het minst bewust zijn. En Thinking en Feeling zullen qua beschikbare energie ergens tussen Sensing en Intuition vallen.
Deze vier functies zijn essentieel in ons dagelijks leven. De 16 types verschillen in de prioriteit die ze aan elke functie geven en in de attitudes van Extraversion (E) en Introversion (I) waarmee ze elke functie gewoonlijk gebruiken. Deze verschillen in prioriteiten en attitudes verklaren de verschillende interacties tussen de functies die in elk van de 16 types gebeuren.
De functie die het meest bewust of dominant is, krijgt de grootste hoeveelheid bewuste energie, en bepaalt de graad van bewustzijn van de andere drie. Als bijvoorbeeld Sensing dominant is en dus het meest bewust, dan zal de tegengestelde functie Intuition het minst bewust zijn. En Thinking en Feeling zullen qua beschikbare energie ergens tussen Sensing en Intuition vallen.
Abonneren op:
Posts (Atom)